• Increase
  • Decrease

Current Size: 100%

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Beschermingstermijn naburige rechten op muziekopnames verlengd van 50 tot 70 jaar

december 2011

Op 11 oktober 2011 werd de Europese Richtlijn 2011/77/EG van 27 september 2011 tot wijziging van Richtlijn 2006/11/EG van 12 december 2006 betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten gepubliceerd. Deze nieuwe Richtlijn verlengt de beschermingstermijn van rechten van uitvoerende kunstenaars en van platenmaatschappijen op muziekopnames van 50 tot 70 jaar. De lidstaten beschikken over een termijn van twee jaar om de Richtlijn in nationaal recht om te zetten.


Naburige rechten verlenen bescherming aan creatieve prestaties van uitvoerende kunstenaars (zoals zangers, acteurs, muzikanten en dansers), aan producenten van fonogrammen en films (platen- en filmmaatschappijen) en aan omroeporganisaties. Deze rechten moeten worden onderscheiden van de auteursrechten op literaire en artistieke werken, zoals de werken van schrijvers, componisten en beeldende kunstenaars. Ter illustratie: een zanger heeft een naburig recht op het lied dat hij zingt, de componist en/of tekstschrijver heeft een auteursrecht op dit lied, en de producent heeft een naburig recht op de eerste opname van dit lied. In veel gevallen is bij een muziekwerk de uitvoerder van het lied niet dezelfde als de schrijver van het lied.

Terwijl het auteursrecht bescherming verleent tot 70 jaar na het overlijden van de auteur, is de beschermingstermijn voor naburige rechten vastgesteld op 50 jaar na de prestatie (voor uitvoerende kunstenaars) of na de vastlegging (voor producenten van fonogrammen). Voor beide categorieën rechthebbenden geldt een ander vertrekpunt van de beschermingstermijn indien de vastlegging van de prestatie gepubliceerd is of aan het publiek is meegedeeld. In dit geval vervallen de rechten 50 jaar na de eerste publicatie of mededeling. De beschermingstermijn wordt telkens berekend vanaf 1 januari na het feit dat het recht doet ontstaan.

Richtlijn 2011/77/EG verlengt voor de uitvoerende kunstenaars en voor producenten van fonogrammen de beschermingstermijn van 50 tot 70 jaar. Let wel, deze verlenging heeft enkel betrekking op muziekopnames, niet op audiovisuele werken.

De reden voor de verlenging ligt in het feit dat artiesten steeds op jongere leeftijd hun carrière starten, en hierbij het risico lopen op het einde van hun carrière geen royalty's meer te ontvangen. De verlenging moet verzekeren dat de artiesten hun hele leven van royalty's kunnen genieten. Het gevolg van deze verlenging is bijvoorbeeld dat voor de reproductie van heel wat hits uit de jaren zestig (zoals nummers van the Beatles of van the Rolling Stones) ook na het verstrijken van 50 jaar de zanger en/of platenmaatschappij vergoed zullen blijven.

De verlengde beschermingstermijn is voor kritiek vatbaar omdat de verlenging de facto niet zozeer de artiest zelf ten goede komt, maar vaak vooral de platenmaatschappijen. In de praktijk heeft de artiest immers meestal zijn/haar naburige rechten contractueel overgedragen aan een platenmaatschappij. Voorts heeft de beschermingstermijn voor platenmaatschappijen tot doel om de investeringen (betreffende opname, produceren van verschillende exemplaren, distributienetwerk en marketing) terug te verdienen. Een termijn van 70 jaar gaat echter veel verder dan wat nodig is om deze investeringen terug te verdienen.

De Richtlijn tracht aan deze kritiek tegemoet te komen door begeleidende maatregelen in te voeren wanneer de artiesten hun exclusieve rechten aan platenmaatschappijen hebben overgedragen. Indien de overdracht gebeurde in ruil voor een eenmalige vergoeding, dan heeft de artiest recht op een jaarlijkse aanvullende vergoeding van 20% op de inkomsten die de platenmaatschappij verkrijgt uit verspreiding, reproductie en beschikbaarstelling van de muziek, en dit gedurende de verlengde beschermingstermijn (tussen het 50ste en 70ste jaar). Indien de overdracht gebeurde in ruil voor periodieke vergoedingen, dan mogen geen voorschotten of contractueel bepaalde kortingen worden ingehouden op de betalingen aan de artiest gedurende de verlengde beschermingstermijn. Indien de platenmaatschappij na het 50ste jaar niet voldoende kopieën van het muziekexemplaar te koop aanbiedt, dan kan de artiest het contract waarin hij zijn rechten aan de platenmaatschappij heeft overgedragen, onder bepaalde voorwaarden, beëindigen.

Ten slotte voorziet de Richtlijn in een nieuwe beschermingstermijn voor muziekwerken met tekst, zoals opera's. In dit geval geldt een bescherming tot 70 jaar na de dood van de langstlevende, ongeacht of dit de tekstschrijver dan wel de componist is.

De nieuwe bepalingen van de Richtlijn gelden enkel wanneer de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen onder de oude regels nog beschermd zouden zijn op 1 november 2013. Dit betekent dat een muziekopname die in oktober 2011 reeds 49 jaar oud was, niet van de verlengde beschermingstermijn zal genieten.

Valerie Vandenweghe